(Kweek)verslagen en tips

Kweekverslag Heuglinie tapuit

Voor het eerst hebben we een koppel Heuglinie tapuiten binnen ons bestand.
Even wat meer over deze vogels:
De Witbrauwlawaaimaker ( Cossypha Heuglinie ) is een kleine insectenetende vogel die voor komt in Afrika. In Zuid-Afrika heet deze vogel Heuglinse Janfrederik.
Drie belangrijke kenmerken zijn:
Uiterlijk, zang en gedrag.
Uiterlijk.
Zang:
De Heuglinie is een fantastische zanger. Met verheven stem laat hij de mooiste tonen horen.
Wil je de zang graag horen dan kopieer dan onderstaande link in je browser van je pc.

Gedrag:
Ze laten zich niet altijd zien, maar op een gegeven ogenblik laten ze wel de mooiste melodieën door de tuin schallen. Zien kun je ze wanneer je ze voorzichtig benadert of in de volière komt.
Vooronderzoek.
Als je een bepaald soort vogels wilt gaan houden verdiep je jezelf in de soort en wat er al over bekend is. Je kunt zomaar van een koude kermis thuis komen mocht je dit niet doen. Dit wil overigens niet zeggen dat je dan gevrijwaard blijft van bepaalde risico’s.
Ik had van te voren ook al gelezen dat de pop bij iemand de volgende dag dood lag.
Een ander die een koppel aangeschaft had en deze de eerste dagen goed geobserveerd had en aangaf dat er een klik tussen de vogels was kwam een paar dagen later bij een dood gemaakte man uit lopen. Het is dus niet echt een gemakkelijke vogel maar de zang en zijn uiterlijk hebben me over de streep getrokken.
Verder lees je nergens dat ze niet met andere soorten gehouden kunnen worden mits de ruimte niet te klein is. Dat dit geen garanties geeft begrijp ik uiteraard zelf ook.
De aanschaf.
Ik had, begin februari, via Facebook en messenger een bod gedaan op een paar jonge vogels alvorens ze het nest verlaten hadden. Uiteraard onder voorbehoud dat ze gezond en gesekst zouden zijn. Toen de tijd daar was bleken het twee mannen te zijn. Ik had de keuze de afspraak te cancelen maar koos er voor om ze toch te komen. Op marktplaats staan er zelden of nooit Heuglinies aangeboden. Mijn gedachtegang was, ik kan maar beter iets te ruilen hebben want mijn inschatting was dat ik van een man altijd af zou komen en ik had dan in ieder geval mooie zang op de kooi. Ik heb half februari de vogels gekocht.
Dus op vogelmarkt een man te ruilen voor een pop gezet. Al snel werd ik benaderd door een Belg die een man zocht. Ik heb met hem de afspraak gemaakt dat ik het tot het voorjaar aan wilde kijken omdat mijn voorkeur uit ging naar ruilen tegen een pop. De afspraak gemaakt dat ik voor 10 maart er bij hem op terug zou komen. Hij heeft me in de perioden van februari zeker een drietal keren gebeld of ik al iets verder was. Begin maart werd ik benaderd door iemand uit Middelburg die al twee jaar een koppel dacht te hebben maar ze deden niets. Toch maar eens de “Man”opnieuw laten seksen en dit bleek dus een pop te zijn. Mijn doel te ruilen was dus bereikt. De pop was wel van 2017 en mijn mannen van 2020 maar dit zag ik niet perse als nadeel. Dus zo gezegd zo gedaan en daarna de man uit België op de hoogte gebracht.
Huisvesting.
Bij ons zitten de Heuglinies met een koppel Veldleeuweriken in hun verblijf. Deze volière is 1.5 meter diep, 3.5 meter lang en 2.5 meter hoog. Er staat een conifeer in de kooi met daarnaast wat variatie aan natuurlijke zitstokken. Ik heb er verschillende nest gelegenheden in hangen. Een kapelletje, een grotere variant van een nestkom en twee tralie kastjes van kanaries welke allemaal met kunst kerstboom bekleed zijn.
Het voorspel.
De man zingt het hoogste liet en spreidt daarbij zijn staart heel breed en steekt deze recht omhoog. De variaties op de zang zijn niet bij te houden, zo gevarieerd in toonsoort en hoogte, een geweldige ervaring.
De pop verschuilt zich achter de conifeer of schiet snel naar binnen. Als de Leeuwerik man hoog in de volière zijn lied zingt laat de Heuglinie zich niet onbetuigd. Beide gaan voor de hoogste tonen. Zo mooi.
Begin april.
We zien in beide tralie kastjes wat nestmateriaal zitten maar we zien ze niet bezig. Hoe zeer we ook onze best doen, betrappen doen we ze nooit. 12 april zien we bij toeval de pop van het nest verdwijnen omdat we stiekem door de plantenbak hen bespieden. 15 april toch maar even kijken of er geen eitjes zijn. Dit blijken er twee te zijn. We gaan er derhalve van uit dat ze 12 april haar eerste eitje gelegd heeft, want je moet iets.
We gaan er nu van uit dat ze ongeveer met Koningsdag jongen moet hebben. We gaan het volgen.
Eind april.
Op de dag dat we hoopte dat ze uitkwamen lagen er twee eitjes op de grond, onbevrucht. Kan gebeuren en in mijn beleving niet zo gek als je de pop zelden op het nest zittend betrapt. Je hoeft je hoofd maar buiten de deur te steken en ze is al van het nest. Aangezien je beide door de dag heen veel buiten moet zijn denk ik dat dit ook een van de redenen is. De tweede ronde, eind mei, ging identiek als de eerste. Op de dag af dat ze uit moeten komen liggen ze op de grond en onbevrucht. Zou de man nog niet rijp zijn? Het zijn geen twee poppen want er zit een duidelijk verschil in de zang. De pop zingt monotoon en heel erg hoog en hard het zelfde geluid. De man ontzettend gevarieerd en zacht maar ook hard en hoog maar gevarieerd. Wat nu?
We hebben nu nep Hedera aan de voorzijde tegen de gaas gemaakt waardoor je geen direct zicht op de nest gelegenheden hebt en zij dus ook niet op ons is de gedachte. We zijn inmiddels in september beland. Het insecten geven zijn we aan het afbouwen maar daar hadden we eerder mee moeten beginnen. De man jaagt zo intensief achter de pop dat ze nog geen twee minuten rust krijgt. Een collega geraadpleegd want dit loopt niet goed af. Gelijk er afvangen is het advies. Beide vogels apart in een andere kooi zetten en over een of twee weken gelijk terug in hun eigen ruimte. Dan goed in de gaten houden en geen insecten meer geven. Hooguit een of twee keer een paar per stuk. We kiezen er nu voor ze apart te zetten en later in het najaar weer terug bij elkaar.
Tot slot.
Je loopt regelmatig tegen zaken aan die je niet voorzien had. Geeft ook niks en maakt het spannend. Verder willen we de vlucht nog meer afschermen in de hoop dat het seizoen in 2022 nog mooier word. Genieten doen we iedere dag van deze vogels. De man zingt in zijn tijdelijk verblijf nog regelmatig zijn mooie lied.

Kweek verslag Grote Textor wever

Voorwoord.
In 2019 hadden we voor het eerst de Grote Textor Wever op de kooi. Een sterke, felle en actieve vogel. Als je er een moet vangen zijn het net straaljagers, ze schieten langs alle kanten om en onder je door. Na een kwartier vliegen ze nog net zo hard. Ze nijpen net zo hard als dat sommige kromsnavels kunnen doen. Het grootste probleem bij deze vogels is om aan poppen te komen. Het duurt twee seizoenen alvorens de mannen op kleur zijn. Iedere handelaar pretendeert dan ook altijd genoeg poppen te hebben. Laten seksen doen ze niet want als je er tien laat seksen kunnen er natuurlijk ook acht mannen bij zitten. Het duurt dus meerdere jaren en door onderling ruilen en kweken kun je uiteindelijk een kolonie opbouwen. Het is een fantastisch gezicht om je volière vol te hebben hangen met nestbollen. Dit geldt overigens voor veel wever soorten. Ik ben dan ook lid van de Werkgroep Ploceidae voor Wevers, Wida’s en mussen.
2020 zijn we niet goed begonnen. We kregen een ziekte in de kooi. Een pop en man zaten dik. Uit de kooi gevangen en klein gezet. Te laat in gegrepen. De pop lag de andere morgen al dood. Contact opgenomen met de dierenarts en medicatie gehaald. De man hebben we er door heen getrokken. Weer wat geleerd. “Volgende keer sneller handelen” We hebben nu vijf mannen en twee poppen over. Poppen bij proberen te krijgen of mannen opruimen.  Het zal het laatste wel worden.
Begin april. De Textor Wevers zijn over gegaan naar hun nieuwe verblijf. Minder in de zon bij extreme hitte. De kooi op de juiste manier ingericht en een afspraak gemaakt met een collega. Hij gaat twee van mijn mannen gebruiken. Hij heeft 14 Grote Textor Wevers zitten waarvan, zover hij weet 7 poppen. Twee mannen erbij is dus wel goed. De afspraak is dat ik eind van het seizoen in ieder geval een pop en een man terug krijg.
Eind april. De Textors doen nog niets. Nu blijkt, en het is  nu 3 mei, dat ze bij mijn collega ook nog geen aanstalten maken. Ik hoop nu de twee mannen weg zijn dat ze de draad op pakken.
15 mei. De Textors zijn nog rustig. Ze maken her en der wat vlechtwerkjes maar nog geen nesten. Een heel ander jaar dan vorig jaar. Vorig jaar bleven ze continu bouwen en afbreken. Ik heb wat contacten gelegd om nog wat Grote Textor Wevers bij te kopen. Hopelijk gaat dat lukken.
Begin juli. De wevers zijn begonnen om nesten te maken. Twee mannen zijn elk een nest aan het weven. Super blij mee. Ben benieuwd.
Half juli. Weer een paar nesten afgebroken. De dames zijn er niet van gecharmeerd. Ze zijn weer opnieuw begonnen maar de nesten blijven lang onbezet. Het gaat niets worden verwacht ik. Heel de maand augustus word er een of twee nesten gemaakt maar geen goedkeuring. Eind augustus blijft er een nest hangen. Wordt het wat?
1 September. De oudste pop zit in het nest. 5 September voelen we dat er twee eitjes in liggen. De inschatting is dat half september er jongen zouden moeten zijn.
15 September. We constateren dat ze twee jongen heeft. Extra pinky’s aan gaan bieden want ze is regelmatig van het nest om eten te zoeken. Wat opvalt is dat de man haar best wel hindert maar daar kun je weinig mee. We gaan het zien. Zondag 20 september proberen te ringen.
20 september. We zien er toch van af om te ringen. De Grote Textor Wever hoeft niet geringd te worden. Een collega ringt ze als ze uit gevlogen zijn maar dan met een maat groter, dus 4.5 in plaats van 3.5 mm. Geen verkeerde gedachte. De nesten zijn slecht toegankelijk wil je ze niet helemaal beschadigen. De jongen vliegen na 17 dagen uit.
30 september. We zijn net terug van een paar dagen weg. Benieuwd hoe het gaat. De jongen moeten morgen of overmorgen uitvliegen. Wat blijkt is dat de 17 dagen ook niet heilig zijn. Een jong zijn we kwijt en het ander zit nat op de grond. Ze is er nog niet lang uit maar wel helemaal door en door nat. Ze accepteert geen eten meet van de pop omdat ze door en door koud is. Ik heb het uit de kooi gehaald en in een TT kooi binnen gezet om te drogen. Ik ga aan de slag met opfok pap via een spuitje en pinky’s geven met een pincet. De eerste dagen worden cruciaal. Gelijk een antibiotica kuur door het papje gedaan. Dit doen we dan 10 dagen.
3 oktober. We zijn nu drie dagen verder en ik voer het jong om de twee uur en als het droog is zet ik ze met de TT kooi in de volière. De pop voert haar ook door de spijlen. Als het regent haal ik ze naar binnen en voer verder. De derde dag heb ik het front van de TT kooi gehaald en ze huppelt door de volière. Vliegen doet het nog niet. Textors worden heel lang door de ouders gevoederd en het duurt een aantal dagen alvorens ze gaan vliegen. We gaan op deze voet verder tot dat ze vliegt en dan mag ze het zelf gaan doen.
6 oktober. Het jong gaat dagelijks de volière in. Klimt al wat omhoog en gaat overal in. Zelfs bij een regenbui vandaag zoekt het een droog plaatsje. Gaat goed komen. Deze week nog even door zetten en dan zal ze inmiddels wel vliegen. Geeft mij mooi de gelegenheid de kuur af te maken. Daarna gelijk wat veertjes trekken om te seksen. Duimen dat het een pop is maar mijn gevoel, nou ja wat ik zie, zegt me van niet. Beetje een brede kop zeg ik gevoelsmatig.
3 November. We zijn vier weken verder. Het jong, van de Grote Textor Wevers, vliegt een paar meter laag over de grond. Omhoog nog steeds niet. De noodzaak is nog niet perse’ aanwezig omdat het eten van de Leeuweriken op de grond staat. Het kan dus erg lang duren.  Het jong is inmiddels gesekst en blijkt een pop te zijn. Best blij mee maar dan is vliegen toch wel belangrijk want de nesten hangen aan het dak maar zoals een collega al zei “zolang er geen noodzaak is” zal ze het niet nodig vinden.
8 November. De groep is naar de andere volière gegaan. Het jong nog even bij de Leeuweriken gelaten. Dit omdat er ook een koppel Roulen in de volière zit. Het jong zal geen lang leven gegeven zijn als ze op de grond rond loopt.
13 November. Tot onze verrassing zit het jong boven in de kooi. Is ze gevlogen of langs de gaas omhoog gegaan. Even een paar dagen volgen. Het blijkt dat ze in fases omhoog gaat. Van plateau naar een tak en van de ene naar de andere tak omhoog. Overmorgen gaat ze naar de groep. Alles toch nog goed gekomen, al heeft het lang geduurd. Onze collega had toch gelijk!!!
De verdere plannen.
Om een kolonie te krijgen heb je dus veel tijd nodig. Ruilen met een ander en proberen nog een paar poppen te kopen. De volière waar ze nu zitten is maar groot genoeg voor vier of maximaal vijf poppen en dan kan ik dus niet door groeien. We hebben de keuze gemaakt om de Grote Textor Wevers naar een volière te doen die bijna vier keer zo groot is. Geeft ons de kans te groeien.
Ze komen dan bij een koppel Groenvleugel duiven en Roul-rouls te zitten. Mijn inschatting is dat het moet kunnen maar de ervaring zal het leren. Nu zitten ze bij Veldleeuweriken en die gaan ook omhoog zeker als ze schrikken. Lukt het niet dan word het weer keuzes maken zoals heel het leven is.

Kweek verslag Veldleeuweriken 2020

Voorgeschiedenis.
We hebben onze Veldleeuweriken sinds eind 2018. In eerste instantie alleen een pop maar sinds begin 2019 ook een man. De behuizing was in principe qua ruimte goed maar ze zaten bij een koppel Hoppen. Twee soorten die ook veelal op de grond bezig zijn. Ze hebben in 2019 geen aanstalten gemaakt om te broeden.
2020
We zijn, doordat we een volière bij gemaakt hebben, de kooien aan het herindelen. De Leeuweriken zitten ook regelmatig boven op een plateau. Doordat dit naar de nieuwe volière moest en ik in de kooi bezig was, zaten ze in hun nacht verblijf. Eind van de dag mochten ze weer even naar buiten. Ze gingen gelijk omhoog naar hun plateau wat weg was. Een viel hierbij in een struik en brak een vleugel. Echt verschrikkelijk. Op advies in een kleine TT kooi gezet. Na een paar dagen zien we toch verbetering. Dit gaat echter nog wel een week of vier a zes duren.
12 april. De man Veldleeuwerik zit in zijn nieuwe verblijf. Daar gaan we nog graszoden in leggen en een paar struiken planten.
3 mei. Vandaag de pop Veldleeuwerik bij in de kooi gezet. Ze heeft ruim vier weken klein gezeten. Ze loopt lekker rustig rond en maakt geen aanstalten om te vliegen. Verder geen probleem. Gewoon voorzichtig de kooi in en haar de ruimte geven. Of ze kan en gaat vliegen zal de tijd leren.
9 mei. De pop doet het erg goed en is vandaag omhoog gevlogen. Dit doet ze nu soms meer maar verblijft veel op de grond. We zien haar ook met nestmateriaal lopen.
11 mei. Ze heeft een kuiltje bij een graspol gevonden en is daar met nestmateriaal een mooi kommetje aan het maken. Super leuk om te zien. Zou mooi zijn als er een vervolg komt.
15 mei. Vandaag heeft de Leeuwerik haar derde ei. Hopelijk gaat ze zitten.
17 mei. De leeuwerik gaat nog niet zitten. Ik kan nergens terug vinden of ze normaal ook met het derde of vierde ei gaan zitten. Wel gelezen op de site van Boeren.nu dat ze dit jaar de eieren zouden willen rapen en in broedmachines zouden willen uit broeden. Ze weten nog niet of dit mag. Me voor genomen dat als ze 21 mei nog niet zit we de eitjes in het broedmachine doen. Uiteraard ga ik een en ander met iemand bespreken die meer ervaring heeft met Leeuweriken.
24 mei. Een collega adviseerde me om ze gewoon te laten liggen. Ze hoeft maar iets te horen en ze is van het nest. Klopt ook wel. Toch zijn de eitjes warm. In theorie moet ze 25 mei jonge hebben.
25 mei. Twee, en de andere dag denken we zelfs drie, jongen. De dag er op blijken het er toch twee te zijn. Waar het derde ei gebleven is weten we niet. De pop voert goed. Mooi om te zien dat ze bijna aangeeft wanneer ze weer Buffalo wormpjes wil hebben. Ze gaat dan op de onderste bakjes van de Japanse Nachtegalen zitten te kijken waar we zijn.
30 mei. Vandaag de jonge geringd. Misschien aan de vroege kant dus maandag even controleren. De pop loopt continu met meerdere wormpjes in haar bek naar het nest. Op het nest zien zitten doe je niet. Mee dat ze iets hoort is ze er van af. Dit was bij het broeden ook het geval. Toch heeft ze het wel gedaan. Knap hoor.
1 juni. We hebben de ringen gecontroleerd. Zitten er nog netjes aan. Helemaal goed. Een half uur later bij het water verschonen zie ik een leeg nest. Ik had er niet op gerekend dat ze de achtste dag het nest al verlieten. Een zit er naast de vijver die ik nu maar gelijk leeg laat. De andere is goed verstopt waar ze ook wel om bekend staan. Ik zie ze dus nergens. De vijver leeg maken stond voor morgen op de planning omdat de Nachtegalen zichzelf graag wassen. Ben er dus maar net op tijd bij. De drinkschaal nu maar half vol gedaan en een fonteintje voor de jongen weg gezet. Even later zie ik het andere jong onder een grashalm zitten. Ik ga de kooi uit en de pop loopt weer met een snavel vol Buffalo wormpjes naar de jongen. Gaaf om te zien. De pop haalt eerst haar voederbak leeg en daarna het onderste bakje van het draaiplateau van de Nachtegalen. Is dat leeg dan blijft ze er net zo lang op staan dat we het gezien hebben en blijft onze richting uit kijken als of ze wil zeggen “alles is op “ Dan geven we haar weer wat wormen.
Komen we eind van de middag terug en kijken hoe het met de jongen is. Een zien we zitten en de andere niet te vinden. Even later zien we een pootje bewegen. Ligt er een op zijn rug op de bodem van het vijvertje, net in het laatste beetje water, nog geen halve centimeter diep plasje, ligt het op zijn rug in. Door en door nat halen we het jong er uit. Met de fohne gedroogd en netjes bij het andere jong gelegd. De moeder ging gelijk voeren. Gaat gelukkig goed komen.
2 juni. Bij het voederen ligt het jong op zijn zij en beweegt nog wat. Binnen gehaald en warm gelegd. Bekomt maar een uur later is hij dood. Toch een longontsteking opgelopen door in het plasje water liggen. Wel jammer. De leeuwerik heeft overigens een nieuw nestje gemaakt. Wel in de open lucht maar dat is in de natuur uiteraard altijd.
5 juni. De leeuwerik heeft weer twee eitjes, maar wel in het oude nest. Als we het andere jong zoeken ligt dit in het nieuwe nest. Het groeit gestaag en loopt al achter de ouders aan. In de loop van volgende week zal het gaan vliegen. Leuk.
9 juni. De Leeuwerik heeft haar derde ei. We gaan vanaf vandaag tellen. Haar betrappen dat ze op het nest zit kun je wel vergeten.
24 juni. De vier eitjes zijn onbevrucht. Kan uiteraard ook gebeuren.
4 juli. De leeuwerik zit weer op het zelfde nest. Twee eitjes. Aan het eind van de rit blijken ze onbevrucht.
27 juli. Tot onze verbazing heeft de leeuwerik weer drie eitjes. Ze schijnt het dus goed naar de zin te hebben in de kooi. Heel bijzonder dat ze voor de vierde keer aan de slag zijn gegaan.
Tot slot. Ook deze eitjes waren onbevrucht. Ik heb later een kweker gesproken, waar ik een koppel veldleeuweriken bij gekocht heb, die vertelde dat dit kwam omdat het eerste jong nog bij de ouders zit. De man is dan te veel afgeleid en daardoor komt de bevruchting niet goed. Weer wat geleerd ?

Kweekverslag Hoppen 2020

6 april
De hoppen gaan in hun nieuwe verblijf. Na een uur zie je ze al in de blokken gaan om te inspecteren welke van de natuur blokken bevalt. De ene blok staat op de hoogte zoals in hun vorige verblijf. De ander staat beduidend hoger. In eerste instantie lijken ze voor de hoger gelegen te gaan. Daar moet ik echter nog vermolmd nest materiaal bij in doen. Ze gaan dus toch meer voor hun eerdere verblijf. De man voedert de pop en betreed haar al de eerst middag. Dit had hij ook al een paar keer in hun vorige verblijf gedaan. De dag er op voedert hij de pop continu en treed hij haar meerdere keren. De pop verdwijnt grotendeels van de dag in haar blok. Als ze er al uit komt voedert de man haar zoals hij ook in de blok doet. Buiten de blok betreedt hij haar de dagen die er op volgen meerdere keren per dag. Ze hebben het vanaf minuut een goed naar hun zin.
Ter aanvulling.
Bij hun in de volière zitten een koppel Indische Sporen Kieviten en een koppel Bijeneters. De Sporen Kieviten hebben het ook goed naar hun zin. De Bijeneters is een ander verhaal. Zij hadden bij hun vorige eigenaar klein gezeten en het vliegen was een groot drama. Het heeft meer dan vijf dagen geduurd alvorens ze een klein beetje van tak naar tak vlogen. Uiteraard komt het goed maar zo blijkt maar weer dat de ruimte hebben belangrijk is voor vogels.
9 april
De hop heeft haar eerste ei. Dit controleren we door met de telefoon een foto door het vlieggat te maken. Dit hebben we vorig jaar ook iedere dag gedaan. Zo doen we dat nu ook iedere dag.
De man is continu bezig om de pop van voer te voorzien. De eerste dagen komt ze nog een aantal keer per dag uit de blok en dan was het steevast dan er gepaard werd. Niet altijd van harte maar toch. Het zal toch wel een aantal keer raak geweest zijn hoop ik. Na de derde dag komt ze er twee keer per dag uit, vliegt een rondje en duikt weer in het nest. Zo gaat dat dag in dag uit. De man voert actief en als dat even niet het geval is, een vijftal momenten op de dag, zit hij te roepen.
28 april.
Nestcontrole gedaan. Er ligt een dood eendaags jong in de blok. Jammer maar ook een goed teken dat ze bevrucht zijn. We overleggen met elkaar en spreken af dat we op zijn vroegst pas dinsdag 5 mei in de blok kijken. Te veel stres is niet goed.
3 mei.
De pop komt van het nest en de man jaagt ze op. Ze krijgt niet de kans de blok in te duiken. Toch lukt het haar. Even daarna zie ik een ei in de struik er onder op een tak gespietst. Daarna gaat ze er weer af en duikt, na door de man opgejaagd te zijn, in de andere blok. Ik ga kijken hoeveel eitjes er nog in de blok liggen. De blok is leeg!
Op de grond ligt een eischaal. Bij nader onderzoek ligt er nog een ei in de struik en een eendaags jong onder de struik met nog een eischaal. Zo jammer dat het fout gaat. Het ene goede ei is bevrucht maar wel beschadigd. Het blijft soms incasseren. Volgende ronde beter.
Verslag van 2e ronde Hoppen.
7 mei
Ze heeft besloten de andere blok te gaan gebruiken. De man is hier al dikwijls in geweest om te kijken. De pop duikt er in en komt er niet meer uit. Je zou bijna denken, na twee dagen, dat ze dood in de blok ligt. De man voert haar wel want hij gaat dikwijls naar de blok.
9 mei komt ze er even uit en de man treed haar gelijk. Zo gaat dit een drie a vier dagen door. We hebben echter besloten nu geen controle te doen. We gaan 26 mei pas voor de eerste keer kijken. Dan zou het eerste ei uit kunnen zijn en maximaal vier dagen oud kunnen zijn. We gaan het zien.
27 mei.
Toen we vanmorgen gingen voederen lag er een eendaags jong op de grond en een twee of driedaags in de bosjes. Eerst af gevoederd, ringen gepakt en daarna de blok naar beneden gehaald. De pop vloog van het nest af en er lag een dood jong van een dag of vier in de blok. Verder was er een jong van zes dagen wat goed gegroeid was. De ringmaat 4.5 kon het al niet meer aan dus een maat groter gepakt. Alles netjes op zijn plaats gezet en de kooi uit. De man joeg al behoorlijk achter de pop en pakte ze behoorlijk aan. Op een gegeven moment dook ze in de andere blok om te ontkomen. Dat was uiteraard niet de juiste keuze want ze durfde er niet uit te komen. Ik heb haar uit de blok laten komen, het gat afgeplakt en gelijk zat de man er boven op. Toch maar even geobserveerd en na een minuut of vijf kreeg ze de kans in de blok met het jong te vluchten. Na een kwartier begon de man gelukkig weer te voederen. Toch zal het de komende tijd nog wel eens spannend kunnen worden. Volgens wat je er over leest gaat de pop na een dag of tien van het nest en voedert mee. Onze zorg is echter “hoe gaat de man hier mee om”  We hebben ons voor genomen pas dinsdag 2 juni weer te kijken. Dit omdat er nog twee eieren in liggen en er dus nog een jong kan volgen. Al met al zou ze nu dus deze ronde minimaal vier jongen gehad hebben.
30 mei.
Een paar collega’s geraadpleegd hoe zij hier mee om gaan. Geen situatie blijkt het zelfde. Het enige wat we kunnen doen is goed observeren. De man voert tot op heden erg goed. Wat op valt is dat de pop de blok niet uit komt. De man gaat er wel geregeld in. Mocht het echter zo zijn dat de pop van de blok komt, en de man gaat jagen, dan vangen we de man er af mocht dit dreigen fout te gaan.
2 juni.
Vandaag lagen de overgebleven eieren uit de blok. Gelukkig nergens een dood jong te vinden. De blok er even afgepakt. Het jong groeit goed wat een fijn gevoel is. We blijven het even volgen. Wat wel op valt, en eigenlijk continu het geval is, is dat de blok erg schoon is. Geen strontje te vinden. Je ziet regelmatig de man aan de blok hangen en iets aanpakken en op de grond laten vallen. Tot op heden is de bijnaam “Drekhaan” volgens ons niet van toepassing.
10 juni.
We vertrouwen het niet erg. Ze gaan beide de blok in, de man heeft de pop al weer een aantal keren met de pop gepaard. De blok even naar beneden gehaald en dan blijkt het jong dood te zijn. Twaalf dagen oud, in ieder geval elf dagen. Eeuwig zonde. De reden weten we niet maar we denken misschien het volgende: Na ongeveer tien dagen komt de pop van de blok en gaat mee voeren, tenminste dat is de bedoeling. Als de man meer met de pop bezig is, ook al laat ze zich niet echt gek maken, vergeten ze misschien wel te voeren. We hebben er voor gekozen de natuur zijn werk te laten doen en dat het uit zichzelf waarschijnlijk wel goed zou komen. Iedere keer worden we misschien wijzer maar ik ben er van overtuigd dat er de volgende keer misschien weer iets anders gebeurd. Al met al is het heel erg jammer.
Derde ronde van de Hop.
14 juni.
De blok is nog maar amper leeg gemaakt en ze blijkt alweer een keuze gemaakt te hebben. Het wordt het eerste blok. We gaan er van uit dat ze de dag er op haar eerste ei heeft. 14-16 dagen broedtijd.
De insteek is als volgt. 15 juni haar eerste ei. 1 juli dag 16. Vier dagen later de eerste ringen wat dus zondag 5 juli is. Eerder kijken we niet in de blok. Het is nog geen 5 juli dus er kan nog van alles veranderen of gebeuren.
In juni ziet we de man, telkens als de pop van de blok komt, wat maar eens in de paar dagen of iedere dag even is, en dat de man dan toenadering zoekt om te treden. We hebben dit vier keer gezien dat ze het toe liet en dat hij haar getreden heeft. Daarna jaagt hij haar de blok in.
We zien dat de man haar regelmatig maar niet erg veel voeren. We hebben toen besloten iedere dag een paar wasmotten bij in de blok te gooien in de hoop dat ze deze mee op eet. We hebben er een zwaar hoofd in maar hopen dat drie keer scheepsrecht is.
Dus zondag 5 juli is een belangrijke dag. Heeft ze jongen? Laten ze ze niet dood gaan?
Daarna, na ongeveer tien dagen, komt de pop van de blok. We vangen de man er dan uit in de hoop dat de pop het alleen afwerkt. De vorige keren was de man continu met de pop bezig wat het voederen niet bevorderd.
5 juli.
Vandaag kijken of er iets te ringen valt. Hoop van wel. Bij controle heeft ze vijf eitjes en geen jongen. Omdat ze toch nog blijft zitten kan het zijn dat een van de laatste eitjes wel uit komt. Dit moet dus wel vandaag of morgen gebeuren.
6 juli.
De pop komt uit de blok en blijft er uit. Na een uur even gekeken en de eitjes geschouwd. Vier onbevrucht en een afgestorven. Toch jammer. De eerste ronde drie bevrucht en uit gekomen, de tweede ronde vier bevrucht en uit gekomen en nu dus niets.
Slotconclusie.
Ik heb een drietal collega’s gesproken welke ook hoppen hebben. Bij een had de hop vorig jaar twee jongen op stok. Dit jaar gooien ze de eieren uit de blok en doen niets. Daarnaast gaat ook de pop nog dood.
Bij de andere collega hebben ze nog nooit iets gedaan en gaat de pop dood. Hij koopt een andere pop en drie weken later zit ze op eitjes en heeft uiteindelijk drie jongen. Twee ervan geringd. Na een week beide dood.
De derde collega heeft er een paar op stok.
Al met al een super mooie vogel maar geen gemakkelijke. Vandaar dat ze ook duur blijven. Wel een spannend gebeuren waar je intensief mee bezig bent. Echt een uitdaging.

DE RUI
De rui, iets waar veel vogelhouders niet altijd bij stil staan, of beter gezegd het is zo gewoontjes geworden dat deze fase in een vogelleven niet altijd serieus genoeg wordt genomen.  Toch slaan we de plank daar volledig mis. De meeste vogels ruien na de langste dag,  dit is geen vastgestelde regel maar een onnozele richtlijn. Dit mag in de vrije natuur dan wel vaak op gaan, maar in een volière gelden vaak andere “oorzaken”. Hier schuilt ook het gevaar van het onderschatten. 
De rui word veroorzaakt door hormonen afkomstig van de schildklier die ervoor zorgen dat veren gaan uitvallen. Hier wil ik echter niet te veel op in gaan. Veel belangrijker zijn de externe factoren zoals temperatuur, het aantal lichturen (dus de lengte van de dag), de luchtvochtigheid (is deze over langere tijd vrij hoog) en het voedsel. Op  enkele van deze punten kunnen wij invloed hebben, zoals voeding, licht en het afschermen van de volière tegen koude.
Vogels afkomstig uit gebieden rond de Evenaar, zijn niet gevoelig voor verschillen in daglengte! 
Om het fenomeen rui beter te kunnen begrijpen moeten we eerst weten waarom vogels ruien. Veren verslijten, ze kunnen door invloed van de zon hun kleur verliezen of beschadigen in het struikgewas, of door langs het gaas te klimmen in een volière. Tevens worden veren naarmate ze ouder worden minder waterafstotend, allemaal redenen om deze regelmatig te vervangen, meestal 2x per jaar. De rui kan je weer onder verdelen in een onvolledige en volledige rui. Bij een onvolledige rui worden alleen de kleinere veren en donsveren vervangen, bij de volledige rui ook de slag en staartpennen. 
• Vogels zijn in deze periode meer vatbaar voor ziektes. 
• Vogels in de rui zullen alle energie in het maken van nieuwe veren steken en verder door de dag niet veel activiteit vertonen. De rui vindt in de regel plaats na de kweek en voor aanvang van de winter, dus voor de periode die zich in de vrije natuur kenmerkt door voedsel schaarste. 
• De tweede rui vindt vaak plaats aan het eind van de winter, voor de volgende periode van voortplanting, wat wij de kweek noemen. De vogels moeten dan in optimale conditie zijn.
Wat moeten wij als Volière Vogelhouders nu vooral weten: 
Vogels dienen na de kweek alle rust te krijgen die ze nodig hebben om te ruien, stel ze in deze periode niet teveel bloot aan stress door het regelmatig uitvangen, verhuizen naar andere eigenaars, het omzetten naar andere verblijven dan waarin ze de periode voorafgaand aan de rui zaten. Geef dagelijks schoon badwater, dit bevordert het wisselen van de veren. De juiste voeding met voldoende afwisseling en eventueel extra toevoeging van krachtvoer, wat in deze periode het eivoer vervangt. Zwakke en oude vogels zullen bij een volledige rui soms het loodje leggen, het is vervelend maar dit is hoe de natuur te werk gaat. Probeer hier niet bij in te grijpen hoe moeilijk het ook vaak is, de vogel help je er niet mee! In tegendeel, in een later stadium zal hij of zij alsnog aan een of ander overlijden.
Dan nog een laatste term: Stokrui, als vogels in een stokrui komen wil dat zeggen dat ze het hele jaar door ruien, dit word veelal veroorzaakt door een gestoorde dag/licht indeling, ’s morgens als het al licht is de gordijnen dicht laten of wat vaker voorkomt dat ’s avonds de vogel niet met een doek word afgeschermd tegen het kunstlicht. Vogels in stokrui verzwakken en zullen nooit mooi in het verenpak zitten. Probeer ten alle tijden de natuurlijke daglengte na te bootsen, dit voorkomt een vroege dood van je gevederde vrienden.
Verslag Tourako dag
Zaterdag 23 maart 2019:
Het was voor mij de eerste keer sinds ik Aviornis lid ben, dat ik naar deze dag gegaan ben. De redenen zijn dat ik Tourako’s geweldig mooie vogels vind en omdat een collega sinds vorig jaar een koppel Witwang Tourako’s heeft en het voor hem dus erg leerzaam is. Ik heb dus gevraagd of introducés mee mochten. Zoals Aviornis betaamt, gaat “hoe meer zielen hoe meer vreugd” dus daadwerkelijk op. De Tourako dag werd gehouden bij de Kynologen club in Volkel. Een mooi dag programma met in de namiddag een bezoek aan Dierenpark Zie Zoo in Volkel. We hadden dus hoge verwachtingen.
Vanmorgen om 9.30 uur afgesproken bij mij thuis. Toch nog samen even naar de vogels gekeken alvorens we vertrokken van uit Kaatheuvel. Na een uurtje rijden kwamen we in Volkel aan. Ontvangst met koffie en worstenbrood. Het leek toch net of we met Privo weg waren. Super gastvrij en gelijk al genoeg aanspraak. Voordat we begonnen werden er films gedraaid die in Gambia en Tunesië opgenomen zijn door een Aviornis lid over diverse soorten Tourako’s in de natuur. Ook films die bij kwekers opgenomen zijn passeerden de revue. Om 10.15 uur waren de ruim 100 gasten gearriveerd en voorzien van koffie en worstenbrood. Daarna werden we naar een andere ruimte gebracht waar twee lezingen werden gegeven.
We werden daar welkom geheten door Jan Brok, voorzitter van de Tourako werkgroep, die een introductie verhaal gaf. Hij stelde ons Joris Fransen voor die de registratie van de kweek met Tourako’s in Nederland en België bijhoudt. Joris had een aantal punten, die hij ons ging toelichten op zijn programma staan.
Het verblijf, de voeding, de kweek, agressie en kweek verslagen.
Het verblijf van Tourako’s moet behoorlijk van formaat zijn en een juiste mix hebben van beplanting en vliegruimte. Hoe groter de ruimte des te meer komen de vogels tot hun recht. De vogels moeten ook beschutting hebben want ook al komen ze uit Afrika, tegen echt felle zon kunnen ze ook niet. Wat verder van belang is dat ze niet met meerdere en zeker niet met andere soorten Tourako’s in een kooi kunnen zitten. Uiteraard kunnen er andere vogels bij gehouden worden, maar ook dan moet je je goed voor laten lichten door collega kwekers.
De voeding bestaat uit fruit en T16 en T20 korrel. De T16 is voor het najaar en de winter. De T20 voor het voorjaar en de kweek periode. Dit moet dagelijks, of om de dag aangevuld worden met fruit. Appel, peer, banaan, kiwi en druiven of wat er voor handen is. Veel meer hebben ze niet nodig. Als de Tourako geen korrels neemt is calcium poeder over het fruit een vereiste.
De kweek met Tourako’s is niet altijd even gemakkelijk. De hormonen bij de pop kunnen soms opspelen, wat tot wat problemen kan leiden. Ze legt een of twee eieren waar ze dan 21 dagen op zit alvorens de jongen geboren worden. Bij problemen wordt regelmatig tot hand opfok over gegaan. Hygiëne is hierbij erg belangrijk omdat ze dan op hun kwetsbaarst zijn. Verder is discipline en regelmaat cruciaal. Vijf of zes keer per dag voeren, maar het is maar een beperkte periode omdat ze met drie weken al zelfstandig beginnen te eten.
Agressie is het meest voorkomende probleem bij Tourako’s. Bij de ene soort is dit erger dan bij de andere. De Witwang is voor de beginner de gemakkelijkste soort en dit wordt dan ook sterk aan geraden. Observeren en je vogels kennen is erg belangrijk. Ingrijpen en niet denken “het zal wel los lopen” want dan kom je bedrogen uit. Twee koppels van de zelfde soort in een hele grote volière komt een enkele keer voor maar deze zijn op een hand te tellen. Verschillende soorten bij elkaar gaat gewoon niet en is vragen om problemen. Wat dan wel weer wel blijkt te gaan, is om meerdere jonge vogels van de zelfde leeftijd tot ze bijna een jaar oud zijn bij elkaar in een grote vlucht te houden.
Kweekverslagen van alle soorten Tourako’s worden door Joris bij gehouden. Uiteraard is hij van de goodwill van de leden afhankelijk maar hij laat er geen gras over groeien en is hier erg intensief mee bezig. Het benaderen van alle geregistreerde leden hoort hier dan ook bij. De resultaten van Nederland en België zijn op zich al een competitie. De gegevens tover ik zo niet boven water maar er worden gezamenlijk een ruime vierhonderd jongen groot gebracht. Uiteraard zijn er een drie à vier soorten waar tussen de veertig en vijftig jongen uit voort komen en de andere soorten veel minder en de grijze Tourako zelfs geen.
De tweede lezing werdt gegeven door Rick Stemkens, dierenarts met als specialisatie vogels. Voeding en hygiëne zijn belangrijk is de voornaamste conclusie die je hieruit kunt trekken. Observeren en met een zieke vogel naar de arts gaan is belangrijk, maar meer om andere vogels daarna te kunnen behandelen dan voor de zieke vogel waar je mee weg bent gegaan. Daarvoor blijkt het bijna altijd te laat te zijn. Misschien een wat voorbarige conclusie, maar dat is ook een beetje mijn ervaring. Het is heel erg dikwijls te laat omdat de vogel het zelf ook erg laat laat zien. Wat wel interessant is, was de vraag uit het publiek over UV licht. Waar binnen onze vereniging dikwijls gesproken wordt over licht en dat we er al wel achter zijn dat LED geen UV afgeeft, stoeit men daar ook mee. De stelling dat er niets boven daglicht gaat is dan ook geen verkeerde.
Jan Brok bedankt Joris en Rick voor hun bijdrage en hij geeft ze een flesje en bos bloemen als bedankje. Daarna komt de eigenaar en voorzitter van de Stichting Zie Zoo uitleggen hoe hij zijn park gestart is en hoe het doorgegroeid is tot een dierentuin. Meedoen met kweekprogramma’s en elkaar versterken en helpen werkt. Hij is dan ook erg blij met particulieren want wat speciale vogels betreft heeft hij de particulier nodig, wat ook voor andere dierentuinen geldt.
Op naar de lunch om 12.45 uur. Soep, broodjes ham, kaas en kroket met melk en jus de Orange gaan er goed in. Er is onder het eten genoeg te bespreken en het is dan ook zo 13.30 uur om te vertrekken naar Zie Zoo.
We hebben allemaal een entree kaartje en twee munten voor consumpties mee gekregen. Je kunt kiezen voor een rondleiding of zelf het park door trekken.
Even over hoe Zie Zoo ontstaan is. Van een uit de hand gelopen hobby met een paar beesten op een hectare grond met behulp van vrijwilligers, naar een mooi park. Alles ligt er perfect bij. Door de jaren heen is hij voor de keuze komen te staan om zich dierentuin te kunnen gaan noemen. Dit heeft veel voeten in aarde en je moet aan honderden regels voldoen. Door door te zetten en alle obstakels te overwinnen is het hem gelukt. De vrijwilligers zijn allemaal mensen met een autistische achtergrond. Iedere dag heeft hij er een tiental personen rond lopen. Deze mensen zijn heel precies in hun taken. De eigenaar vertelde bij zijn intro dat hij in het begin eens zij “ruimen jullie de tafel op”, wat resulteerde dat alles wat er op stond op de grond stond en de tafel weg was. Alles is opgeruimd, aan geharkt, zuivere kooien en nergens ligt er iets op de grond.
De eigenaar heeft er vier hectare grond bij gekocht en ze zijn gigantisch aan het uitbreiden. Dit kon doordat de stichting waar de autistische personen vandaan komen het bouwen financieren als tegenprestatie voor het in dienst nemen van de vrijwilligers. Er wordt een mooi en groot park opgezet wat wel een beetje weg heeft van Beekse Bergen. Het is nog niet klaar maar over een jaar zal dit ver af zijn. Het is dan ook een aanrader om dit mooie park te gaan bezoeken. Alles is perfect opgezet. Van een mooie speeltuin tot ruimtes om wat te eten en drinken met een super mooi aangelegd park.
We kunnen niet anders zeggen dat de Tourako dag 2019 een super geslaagd evenement was. Namens ons bedank ik dan ook de Tourako werkgroep.

Gebruik van maagkiezel en oplosbaar grit

Vogels hebben een ander maag-darmkanaal dan zoogdieren. De bouw van het maag-darmkanaal is aangepast aan het dieet van de verschillende soorten. Bijna alle vogels hebben een krop, dit is eigenlijk een zakvormige uitzakking van de slokdarm waar ingeslikt eten tijdelijk wordt opgeslagen (in de krop vindt geen vertering plaats). Een ander verschil tussen vogels en zoogdieren is dat vogels een dubbele maag hebben: De eerste maag is de kliermaag (Proventriculus); In de kliermaag wordt maagzuur gemaakt, maar geen eten vermalen. De tweede maag is de spiermaag (Ventriculus); In de spiermaag wordt het eten gekneed en indien nodig vermalen. De ontwikkeling van de maag hangt af van het type voedsel dat moet worden verteerd, zo hebben vleeseters een veel slappere spiermaag dan vogels die hardere voeding eten. Met name bij vogels die zaden eten is de kliermaag enorm sterk ontwikkeld om de zaden te kunnen vermalen. De binnenkant van de spiermaag is bekleed met een beschermde laag (koilin).
Veel vogels in de natuur slikken steentjes in, die in de spiermaag een bijdrage leveren aan het vermalen van harde voedseldelen. Voor sommige soorten is dit essentieel, voor andere soorten niet. Voor vogels die niet in een omgeving leven waar ze zelf steentjes kunnen vinden (oftewel de meeste vogels in gevangenschap), zijn steentjes te koop (maagkiezel). Niet alle vogels hebben maagkiezel nodig. Daarnaast is er geregeld verwarring met oplosbaar grit. Hieronder staat daarom uitleg.
Maagkiezel
Vogelsoorten die zaden in het geheel inslikken zonder de zaden te pellen (bijvoorbeeld duiven en hoenderachtigen zoals kippen) hebben maagkiezel echt nodig voor een goede vertering. Hier moet dus altijd beschikking over zijn.
Kromsnavels (papegaaien en parkieten) doppen zaden wel en bijten ze meestal ook nog kapot en hebben niet persé behoefte aan maagkiezel. Van nature hebben ze wel de neiging om wat kiezel in te slikken en in geringe mate kan het ook zeker geen kwaad (en werkt vast ook wel wat ondersteunend voor de maagfunctie). Het lastige is dat sommige kromsnavels in gevangenschap teveel kiezels inslikken, hetgeen tot echt ernstige problemen kan leiden. Dus als het al wordt aangeboden aan papegaaiachtige, dan het liefst slechts af en toe en in zeer geringe hoeveelheden (de kiezels blijven zeer lang in de maag aanwezig).
Oplosbaar grit
Oplosbaar grit bestaat uit gebroken schelpjes. Dit materiaal lost op in het maag-darmkanaal en is een goede bron van calcium. Met name bij vogels die voeding krijgen waar te weinig calcium in zit, is oplosbaar grit een prima calciumbron en dus een nuttige toevoeging. Dit geldt dus ook voor kromsnavels. © 2017 Rob van Zon.
Kweek verslag van Rien Akkermans over de Roulroul of gekuifde Bospatrijs.
In 2017 heeft de hen twee keer zitten te broeden. Beide keren achter een graspol en een andere plant. Beide keren waren de eieren onbevrucht, waarschijnlijk omdat de haan nog te jong was. Als je dan in het voorjaar van 2018 ziet dat de haan eerst de hen laat eten alvorens hij zelf gaat eten, is dat een goed teken. Afwachten hoe en wanneer het gaat gebeuren. De hen is in aanleiding goed bezig want in 2017 was ze ook standvastig.
Kweken met de Roulrouls blijkt een leuke bezigheid te zijn. Dit heb ik afgelopen seizoen voor de eerste keer mogen beleven omdat we een nest natuurbroed hadden.
De hen begint takjes en strootjes achter over haar schouder van uit de kooi naar de bestemde plaats te gooien. Dit is, als je daar op staat te kijken, een heel mooi ritueel. Uiteindelijk bouwt ze een hol waar ze de eieren in legt. Onze ervaring is dat ze bij het zevende ei vast op het nest gaat zitten. Ze komt er dan op twee vaste tijden, in de morgen om 6.30 uur en om 18.00 uur in de namiddag, van het nest om te eten en drinken. Na 18 dagen moeten dan de jongen uit komen.
Wij vreesden het ergste omdat we dan net op vakantie zouden zijn. Onze schoonzoon ververste iedere avond het water en gaf eivoer en Buffalo`s, maar dan nog zijn er meerdere redenen waarom het fout kan gaan. Misschien maakt de haan ze wel dood en moet hij gescheiden worden en zo kun je er nog wel een paar verzinnen.
De voorlaatste dag van onze vakantie stuurde onze schoonzoon een foto van de twee volwassen Roulen met twee jongen. Super blij dat alles goed verliep en de haan en hen beide goed voor de jongen zorgden. Wat schetst onze verbazing. De dag er op komen er foto’s van het ouderpaar met zeven jongen. Zo gaaf om te zien. Als je dan de volgende dag thuis komt is dit het eerste wat je wilt zien.
De weken erna meerdere keren per dag wat eivoer en Buffalo’s geven zorgde er voor dat ze groeiden als kool. Ze kropen de eerste weken veel onder de hen en daarbij gingen ze bij haar in de chemo-box welke we van de Gemeente gekregen hebben en omgebouwd hebben tot broed hok. Als je natuurbroed jongen hebt, lokken de ouders de jongen met piepgeluidjes en geven met hun snavel iets eetbaars aan de jongen. Dit is bijzonder, omdat vrijwel alle grondvogels vanaf dag een zelfstandig eten.
Na een aantal weken gaan ze al op een lage stok of tak zitten. Je ziet ze steeds meer zelfstandiger rond scharrelen maar blijven toch wel dicht in de buurt van de ouders. Steeds als we de moeder met de jongen rond zagen scharrelen telden we of er nog steeds 7 waren. Op een dag misten we er één. Dan maak je ook mee dat er een klem zat tussen een plantenbak en schot. Ze hing met haar vleugels omhoog klem. Eind van de middag ontdekten we dat en helaas was het jong al overleden. De andere plantenbakken komen nu allemaal 15 cm van de kanten te staan. Weer leergeld betaald. Met een week of vier gaan ze hoog in de kooi met de ouders op stok. Na een week of zes moeten ze geringd worden.
Je zag dat er eentje altijd bij de haan in de buurt was en de andere vijf bij de hen. Het jong dat graag met vader rond hing bleek een hennetje te worden. In hoeverre de haan hier invloed op heeft weet ik niet. Na ongeveer 2,5 maand hebben we de ouders en de jongen van elkaar gescheiden. De haan was het hier duidelijk niet mee eens. Hij liet luid van zich horen, de hele dag door. De hen maakte aanstalten om weer een nest te gaan maken. Uiteindelijk gingen de jongen weg, wat er voor zorgde dat de haan stopte met zeuren. Daarvoor kon hij ze zien zitten en horen wat voor de problemen zorgde. Al met al was het een geweldige ervaring!
De hen is daarna weer een nest gaan maken maar dan in de open lucht. Wij blij want het was extreem warm. Begon de haan het nest halverwege de broedtijd af te breken. De hen schoof dan de eieren wat om, maar als hij dan aan de andere kant begon te slopen ging ook zij naar de andere kant. Voor we het door hadden waren de eieren koud. Toch nog in de broedmachine gelegd. Hiervan zijn er twee van de zeven uit gekomen. Deze zijn handmatig groot gebracht en doen het perfect. De andere eieren waren bevrucht maar zaten dood in het ei.
Daarna, tegen de tweede helft van Oktober, heeft de Roulroul nog een zevental eieren gelegd. Dan twee achter elkaar en na een aantal dagen weer een paar en zo verder. Omdat het steeds kouder werd, hebben we de eieren geraapt en in het broedmachine gedaan. Deze zijn dus in fases in de broedmachine gegaan. Een dag of 3 voor de datum dat de eieren uit zouden komen begonnen we meerdere keren per dag met een plantenspuit in de broedmachine water te spuiten, om de luchtvochtigheid te verhogen zodat de eierschalen makkelijker open te breken zouden zijn voor de kuikens die uitkomen. De eerste twee kuikens van de zeven doen het goed maar nummer drie heeft het niet gehaald. Nummer vier was onbevrucht. Vijf, zes en zeven moeten nog uit komen. Zij zijn wel bevrucht.
Dit maakt ook gelijk duidelijk waarom de kweek met een broedmachine zo lastig is. Binnen onze vereniging heeft Marc hier erg veel ervaring mee. Hij laat kwartels gelijktijdig opgroeien met de Roulrouls. Doordat de kwartels naar de snavel van de Roul pikt, gaat de Roul ook pikken naar beweging en leren zo Pinkies eten. Wij zelf leren de jonge Roulrouls eten door met een pincet een Pinkie of Buffalo wormpje aan te bieden. De jongen eten er in het begin maar 2 of 3 per keer, maar ze lusten er al snel meer als ze eenmaal de smaak te pakken hebben. Dit hebben wij meerdere keren, ongeveer iedere 2 à 3 uur en dan vrij intensief gedaan. Hiervoor moet je hele dagen thuis zijn wat niet voor iedereen mogelijk is. De resultaten zijn verbluffend goed. Na een tweetal weken gaan ze zelfstandig eten, maar moeten ze nog wel Pinkies en/of Buffalo’s krijgen. Dit bevordert ook de groei omdat er veel proteïne in de wormen zit. Ik heb het geluk dat ik mijn hobby met mijn partner deel wat het een stuk gemakkelijker maakt. Voor ons was het een mooi jaar voor de Roulroul kweek.