Kweekverslagen

Kweek verslag van Rien Akkermans over de Roulroul of gekuifde Bospatrijs.
In 2017 heeft de hen twee keer zitten te broeden. Beide keren achter een graspol en een andere plant. Beide keren waren de eieren onbevrucht, waarschijnlijk omdat de haan nog te jong was. Als je dan in het voorjaar van 2018 ziet dat de haan eerst de hen laat eten alvorens hij zelf gaat eten, is dat een goed teken. Afwachten hoe en wanneer het gaat gebeuren. De hen is in aanleiding goed bezig want in 2017 was ze ook standvastig.
Kweken met de Roulrouls blijkt een leuke bezigheid te zijn. Dit heb ik afgelopen seizoen voor de eerste keer mogen beleven omdat we een nest natuurbroed hadden.
De hen begint takjes en strootjes achter over haar schouder van uit de kooi naar de bestemde plaats te gooien. Dit is, als je daar op staat te kijken, een heel mooi ritueel. Uiteindelijk bouwt ze een hol waar ze de eieren in legt. Onze ervaring is dat ze bij het zevende ei vast op het nest gaat zitten. Ze komt er dan op twee vaste tijden, in de morgen om 6.30 uur en om 18.00 uur in de namiddag, van het nest om te eten en drinken. Na 18 dagen moeten dan de jongen uit komen.
Wij vreesden het ergste omdat we dan net op vakantie zouden zijn. Onze schoonzoon ververste iedere avond het water en gaf eivoer en Buffalo`s, maar dan nog zijn er meerdere redenen waarom het fout kan gaan. Misschien maakt de haan ze wel dood en moet hij gescheiden worden en zo kun je er nog wel een paar verzinnen.
De voorlaatste dag van onze vakantie stuurde onze schoonzoon een foto van de twee volwassen Roulen met twee jongen. Super blij dat alles goed verliep en de haan en hen beide goed voor de jongen zorgden. Wat schetst onze verbazing. De dag er op komen er foto’s van het ouderpaar met zeven jongen. Zo gaaf om te zien. Als je dan de volgende dag thuis komt is dit het eerste wat je wilt zien.

De weken erna meerdere keren per dag wat eivoer en Buffalo’s geven zorgde er voor dat ze groeiden als kool. Ze kropen de eerste weken veel onder de hen en daarbij gingen ze bij haar in de chemo-box welke we van de Gemeente gekregen hebben en omgebouwd hebben tot broed hok. Als je natuurbroed jongen hebt, lokken de ouders de jongen met piepgeluidjes en geven met hun snavel iets eetbaars aan de jongen. Dit is bijzonder, omdat vrijwel alle grondvogels vanaf dag een zelfstandig eten.
Na een aantal weken gaan ze al op een lage stok of tak zitten. Je ziet ze steeds meer zelfstandiger rond scharrelen maar blijven toch wel dicht in de buurt van de ouders. Steeds als we de moeder met de jongen rond zagen scharrelen telden we of er nog steeds 7 waren. Op een dag misten we er één. Dan maak je ook mee dat er een klem zat tussen een plantenbak en schot. Ze hing met haar vleugels omhoog klem. Eind van de middag ontdekten we dat en helaas was het jong al overleden. De andere plantenbakken komen nu allemaal 15 cm van de kanten te staan. Weer leergeld betaald. Met een week of vier gaan ze hoog in de kooi met de ouders op stok. Na een week of zes moeten ze geringd worden.
Je zag dat er eentje altijd bij de haan in de buurt was en de andere vijf bij de hen. Het jong dat graag met vader rond hing bleek een hennetje te worden. In hoeverre de haan hier invloed op heeft weet ik niet. Na ongeveer 2,5 maand hebben we de ouders en de jongen van elkaar gescheiden. De haan was het hier duidelijk niet mee eens. Hij liet luid van zich horen, de hele dag door. De hen maakte aanstalten om weer een nest te gaan maken. Uiteindelijk gingen de jongen weg, wat er voor zorgde dat de haan stopte met zeuren. Daarvoor kon hij ze zien zitten en horen wat voor de problemen zorgde. Al met al was het een geweldige ervaring!
De hen is daarna weer een nest gaan maken maar dan in de open lucht. Wij blij want het was extreem warm. Begon de haan het nest halverwege de broedtijd af te breken. De hen schoof dan de eieren wat om, maar als hij dan aan de andere kant begon te slopen ging ook zij naar de andere kant. Voor we het door hadden waren de eieren koud. Toch nog in de broedmachine gelegd. Hiervan zijn er twee van de zeven uit gekomen. Deze zijn handmatig groot gebracht en doen het perfect. De andere eieren waren bevrucht maar zaten dood in het ei.
Daarna, tegen de tweede helft van Oktober, heeft de Roulroul nog een zevental eieren gelegd. Dan twee achter elkaar en na een aantal dagen weer een paar en zo verder. Omdat het steeds kouder werd, hebben we de eieren geraapt en in het broedmachine gedaan. Deze zijn dus in fases in de broedmachine gegaan. Een dag of 3 voor de datum dat de eieren uit zouden komen begonnen we meerdere keren per dag met een plantenspuit in de broedmachine water te spuiten, om de luchtvochtigheid te verhogen zodat de eierschalen makkelijker open te breken zouden zijn voor de kuikens die uitkomen. De eerste twee kuikens van de zeven doen het goed maar nummer drie heeft het niet gehaald. Nummer vier was onbevrucht. Vijf, zes en zeven moeten nog uit komen. Zij zijn wel bevrucht.
Dit maakt ook gelijk duidelijk waarom de kweek met een broedmachine zo lastig is. Binnen onze vereniging heeft Marc hier erg veel ervaring mee. Hij laat kwartels gelijktijdig opgroeien met de Roulrouls. Doordat de kwartels naar de snavel van de Roul pikt, gaat de Roul ook pikken naar beweging en leren zo Pinkies eten. Wij zelf leren de jonge Roulrouls eten door met een pincet een Pinkie of Buffalo wormpje aan te bieden. De jongen eten er in het begin maar 2 of 3 per keer, maar ze lusten er al snel meer als ze eenmaal de smaak te pakken hebben. Dit hebben wij meerdere keren, ongeveer iedere 2 à 3 uur en dan vrij intensief gedaan. Hiervoor moet je hele dagen thuis zijn wat niet voor iedereen mogelijk is. De resultaten zijn verbluffend goed. Na een tweetal weken gaan ze zelfstandig eten, maar moeten ze nog wel Pinkies en/of Buffalo’s krijgen. Dit bevordert ook de groei omdat er veel proteïne in de wormen zit. Ik heb het geluk dat ik mijn hobby met mijn partner deel wat het een stuk gemakkelijker maakt. Voor ons was het een mooi jaar voor de Roulroul kweek.