(Kweek)verslagen en tips

Kweekverslag Hoppen.

We hebben sinds oktober 2018 een koppel hoppen. Ze zijn van april 2018. De hop is een mooie rustige vogel. Hun vliegen lijkt op die van het fladderen van een vlinder. Als ze dan op een tak gaan zitten spreiden ze hun kuif wat een mooi zicht is. De hop verblijft daarnaast veel op de grond waarbij ze met hun lange snavel continu in de grond prikken op zoek naar insecten. De hop drinkt niet en haalt zijn vocht uit het levend voer wat ze krijgen.

Hun eten van de hop bestaat voor 90% uit meelwormen aangevuld met Moriowormen en wasmotten. De insecten moeten dus ook gevoerd worden. Een boterham of zemelen geven alleen is niet genoeg. Een stuk appel, komkommer, wortel schaafsel en halve druiven zorgen ervoor de insecten vocht binnen krijgen. Daarnaast worden ze bestrooid met insectenpoeder wat er voor zorgt dat de wormen gezond zijn en blijven.
Onze hoppen zitten in een vlucht van 3.5 meter lang, 1.5 meter breed en 2.50 meter hoog. Een nog grotere volière zou hun vliegen nog meer tot recht doen komen. Ze hebben een binnen verblijf wat in de winter net vorst vrij gehouden kan worden. In de vlucht hangt een Berkenblok welke ook voor grote kromsnavels gebruikt word en een vierkante blok van breed 25 cm x diep 25 cm x hoog 65 cm. De volière is voor twee derde dicht aan de boven kant. Op de grond staan een paar struiken en grassen die variëren in hoogte.
Sinds kort zit er een koppel Veldleeuweriken bij in hun verblijf.
Begin april zien we de hoppen regelmatig een blok in gaan en er uit komen. De man roept nu ook meer dan dat hij voorheen gedaan heeft. Het is voorjaar en het weer zit regelmatig mee.
18 april 2019. We zien de hoppen elkaar twee keer betreden. Mooi om te zien en een goed teken en het gaat er nu van komen. 20 april verdwijnt de pop in de blok en komt er soms even uit. De man brengt meelwormen door het vlieggat om zijn vrouwtje te voeren. Als ze uit de blok komt lijkt ze boos te zijn en hem te manen meer voedsel te brengen.
Het blijkt dat ik de blok niet erg handig heb geplaatst. Net te hoog om er in te kunnen kijken. 21 april door het vlieggat een foto gemaakt. Mevrouw zit op twee eieren. Vanaf toen dagelijks rond de zelfde tijd een foto gemaakt. Tot en met het zesde ei kregen we deze ook telkens te zien. Daarna liet ze de eieren niet meer zien en zat ze vast op de eieren.
De buren zijn hun tuin aan het omvormen. De vijver er uit en veel ophoogzand er in. Met een trilplaat achter langs de kooi. Ik ben benieuwd of de hop blijft zitten en we hebben nog heel wat te gaan. Ik heb er vertrouwen in dat het goed komt.
Vanaf die dat gaan tellen. Zestien dagen broeden ze en je moet ze tijdig ringen. Ons zelf dus voor genomen dat we bij de twintigste dag zouden kijken. Dag achttien, 13 mei, kwam ze van het nest wat ze daarvoor zelden gedaan had. Toch maar even in de blok kijken waar ze weer gelijk terug in gegaan was. De blok was zuiver als of hij net in de kooi hing. Ze houden de blok dus goed zuiver. Een paar eitjes er onder uit gehaald en geschouwd. Onbevrucht, wat jammer. De andere eieren er ook onder uit gehaald en geschouwd. Allen onbevrucht. Kan gebeuren, ze zijn nog jong en onervaren en dus geen man overboord. We gaan rustig afwachten hoe het zich verder ontwikkeld.
Beide blokken voorzien van een behoorlijke hoeveelheid turfmolm wat ik uit oude boomwortels gehaald heb. Wat fijn gemaakt en het natste wat laten drogen. Het gaat er wat klammig in.
15 mei. We zien de man de pop weer betreden. Ze laten er geen gras over groeien. De turfmolm ligt er nog niet in en ze zijn al bezig om er een deel uit te gooien. Alleen de wat te grote stukken zie ik op de grond liggen. Volgende keer fijner maken. Dit doet ze bij beide blokken. De pop gaat in de ene maar ook in de andere blok. Ze kiest nu voor de gemaakte blok. Na een paar dage blijft ze al bijna de gehele dag in de blok. Ze zijn goed bezig.
Bij deze blok kan ik er wel gemakkelijk boven in kijken. 20 mei heeft ze drie eieren. Het proces begint weer. Als we voeren kijken we even in de blok. Ze laat de eieren de ene keer wel en de andere keer niet zien. Het is nu 27 mei. Heel het weekend zijn de buren bezig. Ze boren tegen de kolommen waar ook mijn kooi aan vast zit. Je ziet de blok soms bewegen wat ook gezichtsbedrog kan zijn. Ze blijft wel zitten. Ik vind het heel bijzonder en hoop er het beste van. In principe moeten ze het weekend van Pinksteren uit komen.
Zaterdag voor Pinksteren. De pop komt van het nest. Geen goed teken. Ze gaat er weer even terug in maar komt er weer gelijk uit en blijft er af. De man zit er gelijk achteraan en de pop verdwijnt in de andere blok. We hebben in de blok gekeken en de eitjes zijn koud. Acht stuks waarvan er twee bevrucht zijn maar niet volgroeid. De rest onbevrucht, wat jammer. Eerste Pinksterdag. De man blijft achter de pop jagen, wil graag paren maar de pop pikt naar hem of vlucht telkens de blok in. Ze heeft er geen zin in, zo lijkt het.
Tweede Pinksterdag. We zitten aan het ontbijt en zien de man de pop betreden. Zou het dan toch? Nu zat hij er wat langer op en heeft haar misschien beter gepakt?
De pop houdt de man op afstand en vindt het niet fijn als hij in de buurt komt. Ze heeft er geen zin meer in. Goed is goed zal ze denken wat ook niet gek is met dit weer. We hebben al twee keer een warmte piek met boven de dertig graden gehad. Toch verdwijnt ze met grote regelmaat in de blok maar meestal om de man te ontwijken hebben we het idee. Geeft niets er komen nog meer jaren en zeker nu met temperaturen van rond de veertig graden. Hoewel het nu weer wat minder warm is en zie ik de man in de blok gaan om de pop te voeren. Het seizoen is nog niet voorbij maar we houden het op volgend jaar.
We willen in het voorjaar een camera in de blok hangen. Kunnen we het nog beter volgen.
Er komt dus ongetwijfeld een vervolg.

DE RUI

De rui, iets waar veel vogelhouders niet altijd bij stil staan, of beter gezegd het is zo gewoontjes geworden dat deze fase in een vogelleven niet altijd serieus genoeg wordt genomen.  Toch slaan we de plank daar volledig mis. De meeste vogels ruien na de langste dag,  dit is geen vastgestelde regel maar een onnozele richtlijn. Dit mag in de vrije natuur dan wel vaak op gaan, maar in een volière gelden vaak andere “oorzaken”. Hier schuilt ook het gevaar van het onderschatten. 
De rui word veroorzaakt door hormonen afkomstig van de schildklier die ervoor zorgen dat veren gaan uitvallen. Hier wil ik echter niet te veel op in gaan. Veel belangrijker zijn de externe factoren zoals temperatuur, het aantal lichturen (dus de lengte van de dag), de luchtvochtigheid (is deze over langere tijd vrij hoog) en het voedsel. Op  enkele van deze punten kunnen wij invloed hebben, zoals voeding, licht en het afschermen van de volière tegen koude.
Vogels afkomstig uit gebieden rond de Evenaar, zijn niet gevoelig voor verschillen in daglengte! 
Om het fenomeen rui beter te kunnen begrijpen moeten we eerst weten waarom vogels ruien. Veren verslijten, ze kunnen door invloed van de zon hun kleur verliezen of beschadigen in het struikgewas, of door langs het gaas te klimmen in een volière. Tevens worden veren naarmate ze ouder worden minder waterafstotend, allemaal redenen om deze regelmatig te vervangen, meestal 2x per jaar. De rui kan je weer onder verdelen in een onvolledige en volledige rui. Bij een onvolledige rui worden alleen de kleinere veren en donsveren vervangen, bij de volledige rui ook de slag en staartpennen. 
• Vogels zijn in deze periode meer vatbaar voor ziektes. 
• Vogels in de rui zullen alle energie in het maken van nieuwe veren steken en verder door de dag niet veel activiteit vertonen. De rui vindt in de regel plaats na de kweek en voor aanvang van de winter, dus voor de periode die zich in de vrije natuur kenmerkt door voedsel schaarste. 
• De tweede rui vindt vaak plaats aan het eind van de winter, voor de volgende periode van voortplanting, wat wij de kweek noemen. De vogels moeten dan in optimale conditie zijn.
Wat moeten wij als Volière Vogelhouders nu vooral weten: 
Vogels dienen na de kweek alle rust te krijgen die ze nodig hebben om te ruien, stel ze in deze periode niet teveel bloot aan stress door het regelmatig uitvangen, verhuizen naar andere eigenaars, het omzetten naar andere verblijven dan waarin ze de periode voorafgaand aan de rui zaten. Geef dagelijks schoon badwater, dit bevordert het wisselen van de veren. De juiste voeding met voldoende afwisseling en eventueel extra toevoeging van krachtvoer, wat in deze periode het eivoer vervangt. Zwakke en oude vogels zullen bij een volledige rui soms het loodje leggen, het is vervelend maar dit is hoe de natuur te werk gaat. Probeer hier niet bij in te grijpen hoe moeilijk het ook vaak is, de vogel help je er niet mee! In tegendeel, in een later stadium zal hij of zij alsnog aan een of ander overlijden.
Dan nog een laatste term: Stokrui, als vogels in een stokrui komen wil dat zeggen dat ze het hele jaar door ruien, dit word veelal veroorzaakt door een gestoorde dag/licht indeling, ‘s morgens als het al licht is de gordijnen dicht laten of wat vaker voorkomt dat ‘s avonds de vogel niet met een doek word afgeschermd tegen het kunstlicht. Vogels in stokrui verzwakken en zullen nooit mooi in het verenpak zitten. Probeer ten alle tijden de natuurlijke daglengte na te bootsen, dit voorkomt een vroege dood van je gevederde vrienden.

Verslag Tourako dag

Zaterdag 23 maart 2019:
Het was voor mij de eerste keer sinds ik Aviornis lid ben, dat ik naar deze dag gegaan ben. De redenen zijn dat ik Tourako’s geweldig mooie vogels vind en omdat een collega sinds vorig jaar een koppel Witwang Tourako’s heeft en het voor hem dus erg leerzaam is. Ik heb dus gevraagd of introducés mee mochten. Zoals Aviornis betaamt, gaat “hoe meer zielen hoe meer vreugd” dus daadwerkelijk op. De Tourako dag werd gehouden bij de Kynologen club in Volkel. Een mooi dag programma met in de namiddag een bezoek aan Dierenpark Zie Zoo in Volkel. We hadden dus hoge verwachtingen.
Vanmorgen om 9.30 uur afgesproken bij mij thuis. Toch nog samen even naar de vogels gekeken alvorens we vertrokken van uit Kaatheuvel. Na een uurtje rijden kwamen we in Volkel aan. Ontvangst met koffie en worstenbrood. Het leek toch net of we met Privo weg waren. Super gastvrij en gelijk al genoeg aanspraak. Voordat we begonnen werden er films gedraaid die in Gambia en Tunesië opgenomen zijn door een Aviornis lid over diverse soorten Tourako’s in de natuur. Ook films die bij kwekers opgenomen zijn passeerden de revue. Om 10.15 uur waren de ruim 100 gasten gearriveerd en voorzien van koffie en worstenbrood. Daarna werden we naar een andere ruimte gebracht waar twee lezingen werden gegeven.
We werden daar welkom geheten door Jan Brok, voorzitter van de Tourako werkgroep, die een introductie verhaal gaf. Hij stelde ons Joris Fransen voor die de registratie van de kweek met Tourako’s in Nederland en België bijhoudt. Joris had een aantal punten, die hij ons ging toelichten op zijn programma staan.
Het verblijf, de voeding, de kweek, agressie en kweek verslagen.
Het verblijf van Tourako’s moet behoorlijk van formaat zijn en een juiste mix hebben van beplanting en vliegruimte. Hoe groter de ruimte des te meer komen de vogels tot hun recht. De vogels moeten ook beschutting hebben want ook al komen ze uit Afrika, tegen echt felle zon kunnen ze ook niet. Wat verder van belang is dat ze niet met meerdere en zeker niet met andere soorten Tourako’s in een kooi kunnen zitten. Uiteraard kunnen er andere vogels bij gehouden worden, maar ook dan moet je je goed voor laten lichten door collega kwekers.
De voeding bestaat uit fruit en T16 en T20 korrel. De T16 is voor het najaar en de winter. De T20 voor het voorjaar en de kweek periode. Dit moet dagelijks, of om de dag aangevuld worden met fruit. Appel, peer, banaan, kiwi en druiven of wat er voor handen is. Veel meer hebben ze niet nodig. Als de Tourako geen korrels neemt is calcium poeder over het fruit een vereiste.
De kweek met Tourako’s is niet altijd even gemakkelijk. De hormonen bij de pop kunnen soms opspelen, wat tot wat problemen kan leiden. Ze legt een of twee eieren waar ze dan 21 dagen op zit alvorens de jongen geboren worden. Bij problemen wordt regelmatig tot hand opfok over gegaan. Hygiëne is hierbij erg belangrijk omdat ze dan op hun kwetsbaarst zijn. Verder is discipline en regelmaat cruciaal. Vijf of zes keer per dag voeren, maar het is maar een beperkte periode omdat ze met drie weken al zelfstandig beginnen te eten.
Agressie is het meest voorkomende probleem bij Tourako’s. Bij de ene soort is dit erger dan bij de andere. De Witwang is voor de beginner de gemakkelijkste soort en dit wordt dan ook sterk aan geraden. Observeren en je vogels kennen is erg belangrijk. Ingrijpen en niet denken “het zal wel los lopen” want dan kom je bedrogen uit. Twee koppels van de zelfde soort in een hele grote volière komt een enkele keer voor maar deze zijn op een hand te tellen. Verschillende soorten bij elkaar gaat gewoon niet en is vragen om problemen. Wat dan wel weer wel blijkt te gaan, is om meerdere jonge vogels van de zelfde leeftijd tot ze bijna een jaar oud zijn bij elkaar in een grote vlucht te houden.
Kweekverslagen van alle soorten Tourako’s worden door Joris bij gehouden. Uiteraard is hij van de goodwill van de leden afhankelijk maar hij laat er geen gras over groeien en is hier erg intensief mee bezig. Het benaderen van alle geregistreerde leden hoort hier dan ook bij. De resultaten van Nederland en België zijn op zich al een competitie. De gegevens tover ik zo niet boven water maar er worden gezamenlijk een ruime vierhonderd jongen groot gebracht. Uiteraard zijn er een drie à vier soorten waar tussen de veertig en vijftig jongen uit voort komen en de andere soorten veel minder en de grijze Tourako zelfs geen.
De tweede lezing werdt gegeven door Rick Stemkens, dierenarts met als specialisatie vogels. Voeding en hygiëne zijn belangrijk is de voornaamste conclusie die je hieruit kunt trekken. Observeren en met een zieke vogel naar de arts gaan is belangrijk, maar meer om andere vogels daarna te kunnen behandelen dan voor de zieke vogel waar je mee weg bent gegaan. Daarvoor blijkt het bijna altijd te laat te zijn. Misschien een wat voorbarige conclusie, maar dat is ook een beetje mijn ervaring. Het is heel erg dikwijls te laat omdat de vogel het zelf ook erg laat laat zien. Wat wel interessant is, was de vraag uit het publiek over UV licht. Waar binnen onze vereniging dikwijls gesproken wordt over licht en dat we er al wel achter zijn dat LED geen UV afgeeft, stoeit men daar ook mee. De stelling dat er niets boven daglicht gaat is dan ook geen verkeerde.
Jan Brok bedankt Joris en Rick voor hun bijdrage en hij geeft ze een flesje en bos bloemen als bedankje. Daarna komt de eigenaar en voorzitter van de Stichting Zie Zoo uitleggen hoe hij zijn park gestart is en hoe het doorgegroeid is tot een dierentuin. Meedoen met kweekprogramma’s en elkaar versterken en helpen werkt. Hij is dan ook erg blij met particulieren want wat speciale vogels betreft heeft hij de particulier nodig, wat ook voor andere dierentuinen geldt.
Op naar de lunch om 12.45 uur. Soep, broodjes ham, kaas en kroket met melk en jus de Orange gaan er goed in. Er is onder het eten genoeg te bespreken en het is dan ook zo 13.30 uur om te vertrekken naar Zie Zoo.
We hebben allemaal een entree kaartje en twee munten voor consumpties mee gekregen. Je kunt kiezen voor een rondleiding of zelf het park door trekken.
Even over hoe Zie Zoo ontstaan is. Van een uit de hand gelopen hobby met een paar beesten op een hectare grond met behulp van vrijwilligers, naar een mooi park. Alles ligt er perfect bij. Door de jaren heen is hij voor de keuze komen te staan om zich dierentuin te kunnen gaan noemen. Dit heeft veel voeten in aarde en je moet aan honderden regels voldoen. Door door te zetten en alle obstakels te overwinnen is het hem gelukt. De vrijwilligers zijn allemaal mensen met een autistische achtergrond. Iedere dag heeft hij er een tiental personen rond lopen. Deze mensen zijn heel precies in hun taken. De eigenaar vertelde bij zijn intro dat hij in het begin eens zij “ruimen jullie de tafel op”, wat resulteerde dat alles wat er op stond op de grond stond en de tafel weg was. Alles is opgeruimd, aan geharkt, zuivere kooien en nergens ligt er iets op de grond.
De eigenaar heeft er vier hectare grond bij gekocht en ze zijn gigantisch aan het uitbreiden. Dit kon doordat de stichting waar de autistische personen vandaan komen het bouwen financieren als tegenprestatie voor het in dienst nemen van de vrijwilligers. Er wordt een mooi en groot park opgezet wat wel een beetje weg heeft van Beekse Bergen. Het is nog niet klaar maar over een jaar zal dit ver af zijn. Het is dan ook een aanrader om dit mooie park te gaan bezoeken. Alles is perfect opgezet. Van een mooie speeltuin tot ruimtes om wat te eten en drinken met een super mooi aangelegd park.
We kunnen niet anders zeggen dat de Tourako dag 2019 een super geslaagd evenement was. Namens ons bedank ik dan ook de Tourako werkgroep.

Gebruik van maagkiezel en oplosbaar grit

Vogels hebben een ander maag-darmkanaal dan zoogdieren. De bouw van het maag-darmkanaal is aangepast aan het dieet van de verschillende soorten. Bijna alle vogels hebben een krop, dit is eigenlijk een zakvormige uitzakking van de slokdarm waar ingeslikt eten tijdelijk wordt opgeslagen (in de krop vindt geen vertering plaats). Een ander verschil tussen vogels en zoogdieren is dat vogels een dubbele maag hebben: De eerste maag is de kliermaag (Proventriculus); In de kliermaag wordt maagzuur gemaakt, maar geen eten vermalen. De tweede maag is de spiermaag (Ventriculus); In de spiermaag wordt het eten gekneed en indien nodig vermalen. De ontwikkeling van de maag hangt af van het type voedsel dat moet worden verteerd, zo hebben vleeseters een veel slappere spiermaag dan vogels die hardere voeding eten. Met name bij vogels die zaden eten is de kliermaag enorm sterk ontwikkeld om de zaden te kunnen vermalen. De binnenkant van de spiermaag is bekleed met een beschermde laag (koilin).
Veel vogels in de natuur slikken steentjes in, die in de spiermaag een bijdrage leveren aan het vermalen van harde voedseldelen. Voor sommige soorten is dit essentieel, voor andere soorten niet. Voor vogels die niet in een omgeving leven waar ze zelf steentjes kunnen vinden (oftewel de meeste vogels in gevangenschap), zijn steentjes te koop (maagkiezel). Niet alle vogels hebben maagkiezel nodig. Daarnaast is er geregeld verwarring met oplosbaar grit. Hieronder staat daarom uitleg.
Maagkiezel
Vogelsoorten die zaden in het geheel inslikken zonder de zaden te pellen (bijvoorbeeld duiven en hoenderachtigen zoals kippen) hebben maagkiezel echt nodig voor een goede vertering. Hier moet dus altijd beschikking over zijn.
Kromsnavels (papegaaien en parkieten) doppen zaden wel en bijten ze meestal ook nog kapot en hebben niet persé behoefte aan maagkiezel. Van nature hebben ze wel de neiging om wat kiezel in te slikken en in geringe mate kan het ook zeker geen kwaad (en werkt vast ook wel wat ondersteunend voor de maagfunctie). Het lastige is dat sommige kromsnavels in gevangenschap teveel kiezels inslikken, hetgeen tot echt ernstige problemen kan leiden. Dus als het al wordt aangeboden aan papegaaiachtige, dan het liefst slechts af en toe en in zeer geringe hoeveelheden (de kiezels blijven zeer lang in de maag aanwezig).
Oplosbaar grit
Oplosbaar grit bestaat uit gebroken schelpjes. Dit materiaal lost op in het maag-darmkanaal en is een goede bron van calcium. Met name bij vogels die voeding krijgen waar te weinig calcium in zit, is oplosbaar grit een prima calciumbron en dus een nuttige toevoeging. Dit geldt dus ook voor kromsnavels. © 2017 Rob van Zon.

Kweek verslag van Rien Akkermans over de Roulroul of gekuifde Bospatrijs.

In 2017 heeft de hen twee keer zitten te broeden. Beide keren achter een graspol en een andere plant. Beide keren waren de eieren onbevrucht, waarschijnlijk omdat de haan nog te jong was. Als je dan in het voorjaar van 2018 ziet dat de haan eerst de hen laat eten alvorens hij zelf gaat eten, is dat een goed teken. Afwachten hoe en wanneer het gaat gebeuren. De hen is in aanleiding goed bezig want in 2017 was ze ook standvastig.
Kweken met de Roulrouls blijkt een leuke bezigheid te zijn. Dit heb ik afgelopen seizoen voor de eerste keer mogen beleven omdat we een nest natuurbroed hadden.
De hen begint takjes en strootjes achter over haar schouder van uit de kooi naar de bestemde plaats te gooien. Dit is, als je daar op staat te kijken, een heel mooi ritueel. Uiteindelijk bouwt ze een hol waar ze de eieren in legt. Onze ervaring is dat ze bij het zevende ei vast op het nest gaat zitten. Ze komt er dan op twee vaste tijden, in de morgen om 6.30 uur en om 18.00 uur in de namiddag, van het nest om te eten en drinken. Na 18 dagen moeten dan de jongen uit komen.
Wij vreesden het ergste omdat we dan net op vakantie zouden zijn. Onze schoonzoon ververste iedere avond het water en gaf eivoer en Buffalo`s, maar dan nog zijn er meerdere redenen waarom het fout kan gaan. Misschien maakt de haan ze wel dood en moet hij gescheiden worden en zo kun je er nog wel een paar verzinnen.
De voorlaatste dag van onze vakantie stuurde onze schoonzoon een foto van de twee volwassen Roulen met twee jongen. Super blij dat alles goed verliep en de haan en hen beide goed voor de jongen zorgden. Wat schetst onze verbazing. De dag er op komen er foto’s van het ouderpaar met zeven jongen. Zo gaaf om te zien. Als je dan de volgende dag thuis komt is dit het eerste wat je wilt zien.

De weken erna meerdere keren per dag wat eivoer en Buffalo’s geven zorgde er voor dat ze groeiden als kool. Ze kropen de eerste weken veel onder de hen en daarbij gingen ze bij haar in de chemo-box welke we van de Gemeente gekregen hebben en omgebouwd hebben tot broed hok. Als je natuurbroed jongen hebt, lokken de ouders de jongen met piepgeluidjes en geven met hun snavel iets eetbaars aan de jongen. Dit is bijzonder, omdat vrijwel alle grondvogels vanaf dag een zelfstandig eten.
Na een aantal weken gaan ze al op een lage stok of tak zitten. Je ziet ze steeds meer zelfstandiger rond scharrelen maar blijven toch wel dicht in de buurt van de ouders. Steeds als we de moeder met de jongen rond zagen scharrelen telden we of er nog steeds 7 waren. Op een dag misten we er één. Dan maak je ook mee dat er een klem zat tussen een plantenbak en schot. Ze hing met haar vleugels omhoog klem. Eind van de middag ontdekten we dat en helaas was het jong al overleden. De andere plantenbakken komen nu allemaal 15 cm van de kanten te staan. Weer leergeld betaald. Met een week of vier gaan ze hoog in de kooi met de ouders op stok. Na een week of zes moeten ze geringd worden.
Je zag dat er eentje altijd bij de haan in de buurt was en de andere vijf bij de hen. Het jong dat graag met vader rond hing bleek een hennetje te worden. In hoeverre de haan hier invloed op heeft weet ik niet. Na ongeveer 2,5 maand hebben we de ouders en de jongen van elkaar gescheiden. De haan was het hier duidelijk niet mee eens. Hij liet luid van zich horen, de hele dag door. De hen maakte aanstalten om weer een nest te gaan maken. Uiteindelijk gingen de jongen weg, wat er voor zorgde dat de haan stopte met zeuren. Daarvoor kon hij ze zien zitten en horen wat voor de problemen zorgde. Al met al was het een geweldige ervaring!
De hen is daarna weer een nest gaan maken maar dan in de open lucht. Wij blij want het was extreem warm. Begon de haan het nest halverwege de broedtijd af te breken. De hen schoof dan de eieren wat om, maar als hij dan aan de andere kant begon te slopen ging ook zij naar de andere kant. Voor we het door hadden waren de eieren koud. Toch nog in de broedmachine gelegd. Hiervan zijn er twee van de zeven uit gekomen. Deze zijn handmatig groot gebracht en doen het perfect. De andere eieren waren bevrucht maar zaten dood in het ei.
Daarna, tegen de tweede helft van Oktober, heeft de Roulroul nog een zevental eieren gelegd. Dan twee achter elkaar en na een aantal dagen weer een paar en zo verder. Omdat het steeds kouder werd, hebben we de eieren geraapt en in het broedmachine gedaan. Deze zijn dus in fases in de broedmachine gegaan. Een dag of 3 voor de datum dat de eieren uit zouden komen begonnen we meerdere keren per dag met een plantenspuit in de broedmachine water te spuiten, om de luchtvochtigheid te verhogen zodat de eierschalen makkelijker open te breken zouden zijn voor de kuikens die uitkomen. De eerste twee kuikens van de zeven doen het goed maar nummer drie heeft het niet gehaald. Nummer vier was onbevrucht. Vijf, zes en zeven moeten nog uit komen. Zij zijn wel bevrucht.
Dit maakt ook gelijk duidelijk waarom de kweek met een broedmachine zo lastig is. Binnen onze vereniging heeft Marc hier erg veel ervaring mee. Hij laat kwartels gelijktijdig opgroeien met de Roulrouls. Doordat de kwartels naar de snavel van de Roul pikt, gaat de Roul ook pikken naar beweging en leren zo Pinkies eten. Wij zelf leren de jonge Roulrouls eten door met een pincet een Pinkie of Buffalo wormpje aan te bieden. De jongen eten er in het begin maar 2 of 3 per keer, maar ze lusten er al snel meer als ze eenmaal de smaak te pakken hebben. Dit hebben wij meerdere keren, ongeveer iedere 2 à 3 uur en dan vrij intensief gedaan. Hiervoor moet je hele dagen thuis zijn wat niet voor iedereen mogelijk is. De resultaten zijn verbluffend goed. Na een tweetal weken gaan ze zelfstandig eten, maar moeten ze nog wel Pinkies en/of Buffalo’s krijgen. Dit bevordert ook de groei omdat er veel proteïne in de wormen zit. Ik heb het geluk dat ik mijn hobby met mijn partner deel wat het een stuk gemakkelijker maakt. Voor ons was het een mooi jaar voor de Roulroul kweek.