SPIJSVERTERINGSTELSEL VAN VOGELS

SPIJSVERTERINGSTELSEL VAN VOGELS

Slokdarm en Krop;
Vogels kunnen in de bek geen voedsel fijn malen, omdat zij geen tanden en kiezen hebben.
De meeste vogels bezitten wel speekselklieren om het voedsel gemakkelijker door de slokdarm te laten glijden. (Bij veel watervogels is dit echter niet het geval) Om het voedsel toch gemakkelijk door de slokdarm te krijgen zijn er wel bij alle vogels slijmklieren aanwezig in de slokdarm. Met peristaltische bewegingen wordt het voedsel naar de krop “gebracht”. Deze bevindt zich ongeveer waar de nek in de romp overgaat. De krop is een zakvormig uitstulping van de slokdarm, die eveneens goed gespierd is.
Het voedsel wordt in de krop ook vermengt met het opgenomen water. Hierdoor gaat het voer weken en wordt het ook al een beetje verteert.
(Alle soorten duiven produceren de eerste levensdagen tot levensweken van hun jongen kropmelk. Kropmelk is voor de groei van de jonge duiven noodzakelijk.
Bij andere vogelsoorten wordt voornamelijk eiwithoudend voedsel zoals insecten, eivoer e.d.
gevoerd).

Maag;
De maag bestaat uit 2 delen, de kliermaag en de spiermaag.
De kliermaag is een maag met een zachte wand waar veel kliertjes inzitten die de enzymen (spijsverteringssappen) produceren.
Deze enzymen behandelen het voedsel in de kliermaag.
De kliermaag is redelijk klein en lang. Er kan dus maar weinig voedsel in worden opgeslagen.
In de kliermaag wordt pepsine en zoutzuur geproduceerd. Zoutzuur heeft meerdere functies. Het lost kalkachtige stoffen op, het zorgt ervoor dat het zuur wordt in de kliermaag en in de spiermaag. Het activeert ook de pepsine productie.

De spiermaag is sterk gespierd en bestaat uit twee dikke spierschijven die met elkaar verbonden zijn. Een harde hoornlaag zorgt voor de bescherming van de spieren.
Doordat die twee spieren samentrekken ontstaat een persende en wrijvende beweging. Samen met de steentjes die zijn opgenomen ontstaat een soort maalsteen die het voedsel fijnmaalt.
Darmen;
Na passage van de klier- en spiermaag komt het voedsel in de dunne darm terecht. Het eerste gedeelte van de dunne darm noemen we de twaalfvingerige darm. In deze darm wordt er alvleessap en gal aan het overige voedsel toegevoegd. Door het alvleessap wordt het resterende deel koolhydraten en eiwit verteerd. Het gal zorgt ervoor dat de vet emulgeert waardoor het in de rest van de darmen beter kan worden verteert.
In de dunne darm zitten darmvlokken waardoor het oppervlakte van de dunne darm vergroot wordt en het resterende voedsel een lange weg te gaan heeft. In de dunne darm wordt er darmsap aan het resterende voedsel toegevoegd waardoor het voedsel nog beter verteerbaar wordt.
Het resterende voedsel in de dunne darm zit vol met voedingsstoffen. De dunne darm neemt deze voedingsstoffen op door het slijmvlies van de darmwand heen en door de poortader naar de lever getransporteerd. De lever kan de opgenomen stoffen omzetten in andere stoffen en ze verdelen over het lichaam.
Het opnemen van die voedingsstoffen door de darmwand komt omdat er epitheelcellen zitten die er voor zorgen dat dit mogelijk is.
Wat er nu nog over is van het voedsel gaat naar de blinde darmen.
(indien deze aanwezig zijn).
In de blinde darmen wordt met behulp van enzymen en bacteriën de overgebleven ruwe celstof van het voedsel afgebroken.

Hoenderachtigen (Kippen, Fazanten e.d.) hebben twee blinde darmen en een darmflora (=bacteriën in de darmen). Bij de andere vogels zijn die blinde darmen verworden tot kleine lymfeknoopjes en bevatten geen bacteriën. De darm is dus steriel.
Er is nu niet veel meer over van het voedsel dat de vogel heeft gegeten maar wat er nu nog over is gaat naar de dikke darm.
De dikke darm bevat in tegenstelling tot de dunne darm geen darmvlokken meer. Ook worden er geen spijsverteringssappen meer gevormd. De functie van de dikke darm is het afgeven van vocht aan het bloed, waardoor de onverteerde delen indikken. Zo is de voedselbrij inmiddels veranderd in ontlasting. De darminhoud wordt door heel veel slijmkliertjes met een laagje slijm bedekt, zodat de ontlasting makkelijker verder kan glijden. Het laatste deel van de dikke darm noemen we ook wel de endeldarm.

Cloaca
Het darmkanaal, de urineleiders en de voortplantingsorganen monden uit in een gemeenschappelijke ruimte en die noemen we de cloaca. In de cloaca wordt er water uit de urine gehaald, zodat deze ook indikt. De urine en uitwerpsels verlaten samen de cloaca. Het wordt dan uiteindelijk een grauwgroene, massa, die de ontlasting is en bedekt is met een wit kapje van de urine. Daarom heeft vogelontlasting altijd meerdere kleuren.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Vogeldierenarts Hedwig van der Horst.

Wil van Zon, www.kvvv.nl

Peter Nabbe, Open Bredase kampioenschappen 2017

En weer flikt ons clublid Peter Nabbe het.
Een schitterende prestatie van formaat tijdens de Open Bredase kampioenschappen georganiseerd door de “Bredase Vogel Vrienden” bij de Toss.

Algemeen kampioen met een Kanarie Zwart kobalt rood mozaik type 2 – met 95 punten + Bondsmedaille

Kampioen met een Grote Goudvink man – 92 punten

Kampioen met een Kleurkanarie Zwart rood Mozaik type 2 – 92 punten

En eerste met de vrije derby.

Van harte gefeliciteerd met dit behaalde resultaat, laat dit een aanzet zijn om in januari te schitteren op de nationale in Zwolle.

foto van Vvprivo Prinsenbeek.